ARTICLES

De Lichtenberg methode

Date: 01/06/2007

Published in: Het Bulletin van de Vereniging voor Zangdocenten Nederland

Klankgeoriënteerde stempedagogiek

Inleiding In mijn omgeving hoorde ik diverse keren enthousiaste verhalen over 'klank georiënteerd zingen', ook wel genoemd 'De Lichtenberg methode'. In een eerste zoektocht stuitte ik op internet op twee interessante artikelen. De een geschreven door stempedagoge en logopediste Ingrid Voermans uit Den Haag. Zij introduceerde de methode in Nederland. De ander geschreven door logopediste en zangpedagoge Annemieke van Ravesteijn. Beiden rondden de driejarige opleiding aan het Duitse 'Lichtenberger Institut für angewandte Stimmphysiologie’ af.

Het was voor mij lastig om de gevonden informatie goed te interpreteren. Soms kwam deze wat zweverig over en sloot de fysiologische informatie niet goed aan bij mijn eigen kennis over dit onderwerp. In het andere artikel was de fysiologische informatie weer zo uitgebreid en ingewikkeld dat ik er geen oordeel over durf te geven. Toch heb ik de indruk gekregen van een methode met een interessante visie die zeker de moeite van het verder bestuderen waard is.

Om die reden ook leek het mij waardevol twee 'ervaringsdeskundigen' aan het woord te laten: Een professioneel geschoolde zangeres, en een zeer ervaren (amateur)zangeres. Beiden volgen al enige jaren klankgeoriënteerde zanglessen bij Ingrid Voermans en geven een goede indruk van hoe de methode in de praktijk werkt.
Lichtenberger Instituut Het ‘Lichtenberger Institut für angewandte Stimmphysiologie’, dat in 1982 in Duitsland door Gisela Rohmert werd opgericht, begon aanvankelijk met het doel om de nieuwste inzichten uit wetenschappelijk onderzoek in praktijk om te zetten. Inmiddels heeft de methode zich ontwikkeld tot een ‘klankgeoriënteerde pedagogiek’. De stemklank staat dus centraal. Deze heeft volgens deze methode niet alleen via het oor veel invloed, maar ook via de sensoriek beïnvloedt ze lichaamshouding, adem en stem. Daarom spelen de gehoorwaarneming en de ontwikkeling van de sensoriek een belangrijke rol.
Klank Gisela Rohmert beschouwt de stemklank aan de hand van vier parameters die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: De parameters grondtoon en vocaal, die met 'de wil' direct toegankelijk zijn, en de parameters vibrato en 'het briljante' (zangersformanten). De laatste twee worden vooral door het vegetatieve (autonome) zenuwstelsel aangestuurd.

'Het briljante' staat voor een drietal zangersformanten bij 3000 Hz, 5000 en 8000 Hz. Ingrid Voermans schrijft zelfs over een vierde formant bij 13000Hz. (N.B. De meeste andere zangmethodes spreken slechts van één zangersformant rond 3000Hz.) Deze formanten zijn volgens deze methode van belang omdat het oor door zijn bouw speciaal gevoelig is voor deze frequenties. Ook zijn er zoveel verbindingen (ruimtelijk, akoestisch, musculair, neurologisch) tussen het traditionele aanzetstuk en het oor dat men er vanuit gaat dat het oor via deze verbindingen de manier van stemgeven kan beïnvloeden. 'De Lichtenberg methode' breidt daarom het begrip 'aanzetstuk' uit met het oor als fundamenteel onderdeel. Ingrid Voermans schrijft; "De samenwerking tussen oor en mondholte leidt tot ontspanning van het aanzetstuk en het gehele lijf. De zanger brengt dan zeer ruimtelijk en tegelijkertijd lichtende, warme klanken voort."
Sensorische ontwikkeling 'De Lichtenberg methode' hecht een zeer groot belang aan het ontwikkelen van de sensoriek. Annemieke van Ravesteijn geeft daarvoor in haar artikel een uitgebreide fysiologische onderbouwing. Zo legt ze onder andere uit dat bij de bewuste motorische oefeningen, die in veel zangmethodes centraal staan, vooral het centrale (ofwel animale) zenuwstelsel wordt aangesproken. Sensoriek verloopt echter via het autonome zenuwstelsel. Dit is van belang omdat de nervus vagus, de zenuw die het strottenhoofd aanstuurt, tot dit autonome zenuwstelsel behoort.

Ook legt ze uit dat de hersendelen die vooral betrokken zijn bij het aansturen van het autonome zenuwstelsel dezelfden zijn als waar het ademcentrum ligt, de nervus vagus ontspringt, en waar de algemene tonus (eutonie) wordt gereguleerd. Uiteraard werkt het zenuwstelsel altijd als een geheel, daarom pleit zij ervoor het systeem zoveel mogelijk in zijn geheel aan te spreken: Het centrale én het autonome zenuwstelsel.

Het bewust trainen van houding, adem en articulatie activeert vooral de neocortex, dat onderdeel is van de eindhersenen. Het lijkt haar echter logischer om ook oefeningen in te bouwen die directer de hersenstam activeren omdat bijna alle hersenzenuwen die direct of indirect te maken hebben met stemfunctie en articulatie ontspringen uit kernen in de hersenstam. Van deze kernen zijn de sensorische kernen het grootst.

Dit is slechts een deel van haar uitleg. Samenvattend begrijp ik dat 'de Lichtenberg methode' er vanuit gaat dat sensoriek een grote rol speelt in het activeren van het autonome zenuwstelsel hetgeen een gunstige invloed heeft op de belangrijkste processen die bij stemgeving betrokken zijn. Veel van deze processen worden namelijk voor een belangrijk deel onwillekeurig aangestuurd en kunnen daardoor niet direct bewust beïnvloed worden.

Dit is natuurlijk geen eenvoudige informatie en al helemaal geen informatie waarmee je direct in je zangpraktijk aan de slag kan. Hoe wordt deze kennis in de praktijk gebracht?
Werkwijze Ingrid Voermans beschrijft het proces als 'zelforganisatie', oftewel synergie, waarbij van binnenuit nieuwe structuren ontstaan op het gebied van adem- en stemfunctie. Deze structuren functioneren autonoom, dus onafhankelijk van onze directe wil. Ik lees o.a.; " Als de zelfregulatie toegestaan wordt, ontstaat er de meest efficiënte coördinatie van de deelfuncties, welke betrokken zijn bij het fonatieproces. Deze coördinatie kan niet fijner geïnitieerd worden, noch door sturingsprocessen van buitenaf, noch door geraffineerde trucs en manipulaties van onze wil (de tong moet zo…. De houding van het hoofd zal zo….. de opening van de kaak moet altijd zo…), of alleen met een naar verhouding zeer grote inspanning (overdreven articulatie, willekeurige ademsteun etc.)." Ik lees ook nog de intrigerende opmerking dat de ontwikkelingen die via deze methode ontstaan blijvend zijn en niet eindeloos geoefend hoeven te worden.

Om de methode op een praktischer niveau te begrijpen verwijs ik graag naar de bijdragen van Katharina Fuchs en Baukje Sijtsma. Zij geven een zeer goede indruk van hoe de methode in de praktijk wordt toegepast, en wat het hen als zangeres heeft gebracht.
Meer informatie Ingrid Voermans: http://voicelearningcentre.nl

Annemieke van Ravesteijn:
http://www.transfergroep.nl/page.html?ch=itr&id=90907&unit=24632&pgcode=PG4 Het artikel dat ze over de methode schreef is hier te vinden.

Het Duitse Lichtenberger Institut für angewandte Stimmphysiologie verzorgt cursussen en opleidingen: http://www.lichtenberger-institut.de

to the top