ARTICLES

Methodiekles pop/jazz (nl)

Date: 28/09/2009

Published in: Het Bulletin van de Vereniging voor Zangdocenten Nederland

Sinds een jaar of tien geef ik methodieklessen aan de zangers van afdeling pop/jazz aan het Artez Conservatorium te Arnhem. In de tijd dat ik zelf studeerde was er van pop/jazz zangmethodiek nog in het geheel geen sprake. De methodieklessen die ik kreeg bestonden uit fysiologie en de geschiedenis van de zangmethodiek aan de hand van het welbekende boek van Ary Schipper. Dit boek uit 1950 behandelt uiteraard alleen de tot dan toe bekende ontwikkeling van de klassieke zangmethodiek. Bij Artez ben ik de eerste pop/jazz docent die methodiek zang geeft. Het is dus een ‘jong’ vak met nog weinig traditie. Ik heb de inhoud in de loop der jaren dan ook zelf moeten ontwikkelen en stel de inhoud nog steeds regelmatig bij.

Niet alleen het lesvak ‘methodiek voor pop- en jazzzangers’ is jong, hetzelfde geldt voor de praktijk van het lesgeven aan deze doelgroep. Tijdens onze conservatoriumopleiding kregen mijn zangcollega's pop/jazz en ik naast interpretatielessen van zangers ‘uit het vak’, ook wekelijks techniekles van een klassiek opgeleide docent. We kregen daarmee geen voorbeeld, en er waren ook geen boeken over, hoe je na je conservatoriumstudie je opgedane kennis kon integreren om te komen tot een op pop- en jazzzangers toegespitste zangmethodiek. Elk van ons combineerde zijn kennis en ervaring op zijn eigen manier en ontwikkelde zo een eigen stijl van lesgeven. Door het volgen van cursussen en workshops in diverse richtingen (Roy Hart, EVTS, CVT, Pahn, Linklater Voice) en bij zangers/pedagogen als Rhiannon, Meribeth Dayme, Bob Stoloff breidt onze pedagogische kennis steeds uit en verdiept deze zich.
Eigenheid Anders dan op sommige andere conservatoria, hebben we bij Artez-Arnhem als pop/jazz collega's in onderling overleg besloten niet uitsluitend volgens één bepaalde methode te werken. Geen van de methodes is naar ons idee daarvoor geschikt. We werken dus niet uitsluitend volgens het EVTS of CVT model met het bijbehorende vocabulaire, noch volgens enig andere methode. Wel maken we tijdens onze lessen gebruik van ideeën en begrippen uit de diverse methodes. Uiteraard zijn we het als zangcollega's over een aantal belangrijke basale onderwerpen onderling eens. Zo zitten onze opvattingen over zangtechniek elkaar niet in de weg en spreken zij elkaar niet tegen. Maar veel belangrijker nog is onze gedeelde opvatting dat pop- en jazz zangonderwijs vooral moet gaan over het ontwikkelen van eigenheid naast het ontwikkelen van professionaliteit. Afgezien van het feit dat we geen enkele methode geschikt vinden om binnen het pop- en jazz zangonderwijs als 'rode draad' te fungeren, zou een dergelijke rode draad ook de focus teveel bepalen. Dit ten koste van het ontwikkelen van die eigenheid.

Keuzevrijheid Het bovenstaande heeft als resultaat dat de studenten bij iedere docent op een andere manier les krijgen. Het centraal stellen van het ontwikkelen van eigenheid stopt uiteraard niet bij de manier waarop je een stuk zingt: Net zoals er talloze manieren zijn waarop je een pop- of jazzsong kunt zingen, zijn er talloze manieren om iemand tot zingen te brengen. De ene docent vindt daarbij het fysieke aspect erg belangrijk, de andere focust misschien liever op de adem, een derde werkt liever vanuit interpretatie enzovoort. Omdat de studenten tijdens hun studie gestimuleerd worden om minimaal één maal van hoofdvakdocent te wisselen, ondervinden ze ‘aan den lijve’ de diverse benaderingswijzen en stijlen van lesgeven. Wij als docenten, adviseren de studenten in hun docentkeuze en overleggen hierover ook onderling. De studenten hebben respect voor onze verschillende benaderingswijzen, ze waarderen de keuzevrijheid en maken er welbewust gebruik van.


De methodiekles Na de voorafgaande inleiding is het tijd om terug te komen op de titel van dit artikel: ‘methodiekles pop/jazz'. Als de studenten in hun derde jaar methodiek gaan volgen (in het tweede jaar krijgen ze fysiologie en aanvangsmethodiek) hebben ze hiermee tot dan toe dus vooral op een praktische manier tijdens hun hoofdvaklessen kennis gemaakt. Tijdens de methodieklessen staan ze voor het eerst bewust stil bij wat een zangles allemaal kan inhouden en wat voor kennis en vaardigheden ze daarbij nodig hebben. Één van de onderwerpen die daarbij aan bod komt is uiteraard het bespreken van de verschillende zangmethodes. Vooral de laatste jaren gebeurt er nogal wat op dit vlak, dus ik bespeur vrijwel nooit een tekort aan interesse bij de studenten voor dit onderwerp; Het levert meestal levendige lessen op met veel discussie.

Is een boek een methode? Helaas is het aantal uren methodiek zeer beperkt (25 uur). Het is dus niet mogelijk om, naast alle andere onderwerpen die behandeld moeten worden, op alle bestaande methodes zeer diep in te gaan. Ook is het een handicap dat bij het bespreken van de verschillende methodes de focus automatisch komt te liggen op datgene wat is opgeschreven. Vooral de methodes die een naam dragen en waarvan de uitgangspunten te vinden zijn in een goed verkrijgbaar boek, liefst in de moedertaal, zijn duidelijk in het voordeel als het gaat om het krijgen van de aandacht van studenten. Het is dan ook tamelijk lastig om het te hebben over goede werkwijzen die niet zijn beschreven maar die je alleen kunt leren door van de desbetreffende persoon les te nemen. Ook de lesboeken waarin werkwijzen behandeld worden die zichzelf niet als een methode (met een naam) promoten zijn lastiger ‘aan de man te brengen’ wanneer de beschikbare lestijd beperkt is. Ik denk bijvoorbeeld aan de boeken van Meribeth Dayme (zie vorige Bulletin), de improvisatiemethodes van Michelle Weir en Bob Stoloff of het boek The Rock-n-Roll Singer's Survival Manual van Mark Baxter.

Één A4 Vooral de laatste 3 jaar zijn de studenten erg geïnteresseerd in EVTS en CVT. De laatste is daarbij in het voordeel vanwege het goed verkrijgbare, en in het Nederlands vertaalde, boek. De interesse is naar mijn idee eenvoudig te verklaren doordat, in tegenstelling tot de andere genoemde benaderingswijzen, deze beide methodes zeer actief gepromoot worden door hun uitvinders en beoefenaars. Ook merk ik dat het gebruikte vocabulaire bij 'niet ingewijden' de onzekerheid opwekt iets te missen (en zangstudenten zijn natuurlijk per definitie onzeker). De laatste, en misschien belangrijkste, reden is waarschijnlijk de volgende. Een student verwoordde zijn interesse aldus: "Het maakt zingen lekker simpel want het brengt zangtechniek terug tot één A4-tje." Daar ben ik het wel mee eens: Beide methodes hebben het zangproces voor velen, waaronder ook veel professionals, inzichtelijk gemaakt.


Voor- en nadelen De volgende vraag die beantwoord moet worden is natuurlijk of deze inzichtelijke, schematische manier van werken voldoende is om als enig uitgangspunt te dienen voor een zangmethodiek voor pop- en jazzzangers. Want, zoals we allemaal inmiddels weten: "elk voordeel heeft zijn nadeel". De mechanische en aerodynamische principes die ten grondslag liggen aan het produceren van het zanggeluid lijken inderdaad redelijk overzichtelijk te zijn. Vanuit dit standpunt bezien is het ook te rechtvaardigen om te beweren dat ‘zingen simpel is’ en kun je ook zeker er toe over gaan de principes op één A4-tje samen te vatten. Maar deze eenvoud heeft als nadeel dat het de neiging heeft een aantal belangrijke zangpedagogische zaken te versluieren. Als methodiekdocente probeer ik bij de studenten dan ook het volgende onder de aandacht te brengen; 1. Zingen is misschien simpel, maar de mensen die het willen leren zijn dat meestal niet; 2. Zingen is meer dan het in praktijk brengen van zangtechniek.

1. Mensen zijn niet simpel Als zangpedagoog krijg je met zeer veel verschillende mensen te maken. Ze verschillen niet alleen in achtergrond, intelligentie, ervaring en talent, maar verschillen ook van leerstijl. Sommigen zijn auditief ingesteld, anderen visueel, sommigen benaderen alles graag rationeel, anderen zijn intuïtief ingesteld enzovoort. Om die reden kun je naar mijn idee niet met elke student dezelfde pedagogische weg bewandelen. Ik schrok dan ook toen ik laatst een zangcollega hoorde zeggen dat ze met al haar muziekschoolleerlingen het hele boek van Sadolin (CVT) doorwerkte "omdat het nu eenmaal het enige boek over zang is, dat in het Nederlands is geschreven".

Als je recht wilt doen aan de verscheidenheid van je studenten en als je zowel cognitief met studenten wil kunnen werken, alsook hun sensomotoriek aanspreken, of ze op emotioneel vlak vrijer maken, dan zul je ook op al die vlakken methodisch gereedschap tot je beschikking moeten hebben. Werken vanuit één methode, of vanuit één boek zal dan niet volstaan. Zelf ben ik blij zowel fysiologisch goed onderlegd te zijn, alsook ervaring te hebben met diverse - zeer uiteenlopende- methodes. Ik heb deze kennis en ervaring hard nodig wil ik de diverse studenten adequaat kunnen onderwijzen.

2. Zingen is meer dan zangtechniek Er wordt, ook door pop/jazz-zangpedagogen, nog steeds weinig stil gestaan bij het feit dat zangtechniek binnen jazz- en popstijlen een heel andere rol speelt dan bij het uitvoeren van klassiek en (soms) musical repertoire. Klassieke zangers en musicalzangers worden getraind om een bepaald repertoire op een bepaalde manier uit te kunnen voeren. Ze functioneren binnen een bestaande traditie waarbij er hoge eisen gesteld worden aan de zangtechnische vaardigheden. Pop- en jazzzangers moeten zeker ook hun zangtechnische vaardigheden ontwikkelen, maar dit moet vanaf het begin gebeuren in samenhang met het ontwikkelen van een eigen sound en repertoire (hierboven schreef ik al over het belang van eigenheid). Interpretatie, stijlgevoel, improvisatie, variatie en microfoontechniek zijn ook bij het lesgeven aan beginners belangrijke onderwerpen om te komen tot die ‘eigenheid’. Ik schrik dus ook wanneer ik (meerdere) klassieke collega's hoor zeggen dat "nu ze door EVTS het zingen zoveel beter begrijpen, ze ook aan pop- en jazzzangers les durven te geven".


Methodiek en interpretatie Het werken vanuit van te voren gedefinieerde klankkwaliteiten, en het hoge volume waarop gezongen wordt (hetgeen ook de manier van ademen beïnvloedt), maken zowel CVT als EVTS voor mij tot methodes gebaseerd op een typisch klassieke traditie. Bovendien behandelen deze methodes slechts hoe je tot een bepaalde klank komt. Dit laatste geldt voor veel zangmethodes: Ze gaan over toonproductie, ademcontrole, het vrijmaken van de stem of andere verwante onderwerpen en bieden daartoe allerlei, vaak bruikbare, informatie. Deze informatie wordt echter vrijwel nooit gekoppeld aan een uitvoeringspraktijk en aan het ontwikkelen van een interpretatie. Het is voor zangpedagogen hierdoor lastig om informatie te vinden die verder gaat dan het leren gebruiken van de zangstem en die zangers kan helpen bij het leren musiceren en interpreteren. Dat methodiek ook voor zangstudenten soms identiek lijkt te zijn aan methodiek voor zangtechniek, heeft niet alleen te maken met het feit dat er veel meer literatuur te vinden is over stemontwikkeling dan over het interpreteren van pop- en jazzrepertoire. Ook het feit dat de studenten zelf nog volop bezig zijn met het ontwikkelen van hun stemmogelijkheden beïnvloedt hun blikveld.

Het doel van methodiekles In mijn methodieklessen vind ik het belangrijk bovenstaande visie over te brengen. Maar ik realiseer me ook terdege dat het ontwikkelen van een brede pedagogische kennis langdurig tijd en inzet vergt. Het aantal lesuren dat ik als methodiekdocent tot mijn beschikking heb beperkt het aantal te verwezenlijken doelen. Ook is de tijd en de aandacht die de studenten tijdens hun studie voor dit onderwerp hebben, gelimiteerd. De student zal dus het grootste deel van zijn pedagogische vaardigheden na zijn studie ontwikkelen.

De belangrijkste twee doelen die ik me als methodiekdocente stel zijn dan ook:

  1. Het ontwikkelen van voldoende basiskennis zodat de studenten aan de slag kunnen.
  2. Het ontwikkelen van een basishouding die erop gericht is de studenten te motiveren zichzelf ook na hun opleiding op dit vlak te blijven ontwikkelen.


Tot die basiskennis en basishouding behoren naar mijn idee:

  1. Het bewust zijn van de verschillende manieren waarop je een onderwerp kunt benaderen;
  2. In aansluiting hierop: Het kennis hebben van de diverse, reeds bestaande, methodes;
  3. De aanwezigheid van voldoende fysiologische kennis om de diverse benaderingswijzen en/of methodes in perspectief te kunnen plaatsen;
  4. Een niet-oordelende houding om op die manier open te blijven staan voor de sterke en de minder sterke kanten die iedere methode heeft. Het lijkt vaak zoveel gemakkelijker om één standpunt in te nemen en te proberen elkaar te overtuigen hoe goed, of hoe slecht een bepaalde benaderingswijze is;
  5. Het bewust zijn van het feit dat zangmethodiek toegesneden op pop- en jazzzangers nog in de kinderschoenen staat;
  6. In aansluiting hierop: Het open staan voor en het bijhouden van nieuwe ontwikkelingen en zienswijzen;
  7. Het bewust zijn dat niet iedere methode bij jou als docent zal passen en het bewust zijn dat niet iedere methode bij elke leerling zal werken. Fouten maken mag, niet alleen als student maar ook als docent.


Het meest van al hoop ik dat de methodieklessen er toe bijdragen dat de studenten plezier krijgen (en houden!) in het lesgeven.

to the top