ARTICLES

De Accentmethode - Svend Smith (nl)

Date: 15/01/2010

Published in: Het Bulletin van de Vereniging voor Zangdocenten Nederland

Door Ineke van Doorn

Van het bestuur van de NVZ ontving ik de uitnodiging om in Juli 2009 het International Congres of Voice Teachers in Parijs bij te wonen. Ik bezocht daar diverse interessante lezingen en demonstraties, waaronder een over de Accentmethode van Svend Smith.

Van Janice Chapman (een van de oprichters van de British Voice Association) verscheen in 2006 het boek Singing and Teaching Singing. Er werkten aan het boek ook anderen mee: het hoofdstuk over adem en ademsteun schreef ze samen met logopedist Ron Morris. Het hoofdstuk beschrijft de zogenaamde SPLAT methode, een ademmethode voor zangers gebaseerd op de Accentmethode van Svend Smith. Tijdens het ICTV in Parijs werd deze methode door Ron Morris, in bijzijn van Janice Chapman, tijdens een workshop gedemonstreerd.
Inleiding Voor Ron Morris met zijn student aan het werk gaat legt hij uit dat adem en ademsteun nogal omstreden onderwerpen zijn en dat er veel misverstanden over bestaan. Er moet nog veel onderzocht en beschreven worden. Adem en ademsteun vormen ook de moeilijkste aspecten bij het trainen van zangstudenten. Vanaf 1920 vindt er onderzoek plaats op het gebied van fysiologie en anatomie, meestal door fysiotherapeuten en logopedisten,. Thomas Hixon deed in 1980 klassiek geworden onderzoek naar ademsteun bij zangers. En er is meer recent onderzoek (2001) o.a. van Thorpe, Cala, Chapman en Davis.

Volgens Morris moet een goede ademcontrole (breath management) bij zangers voorzien in:
- een bewuste ademcontrole die resulteert in een onbewust (adem)systeem dat gedreven wordt door muziek, tekst en emotie
- ademsteun en een gebalanceerde ademstroom
- een flexibel en efficiënt gebruik van de ademfysiologie
- een bijdrage tot een goede lichaamshouding
- het bewustzijn van de natuurlijke functie van de in- en uitademing

Svend Smith ontwikkelde in 1930 de Accentmethode. Deze methode maakt gebruik van buik-middenrif ademhaling en ontwikkelt alle vaardigheden die een zanger in training voor een goedwerkend ademsysteem nodig heeft. Het voorziet in oefeningen die toewerken naar een sterk en flexibel ademsysteem. Ron Morris heeft het systeem voor zangers iets aangepast en demonstreert nu een aantal oefeningen met student Dennis.

Oefeningen De oefeningen worden in drie stappen onderverdeeld: 1. Het correct inzetten van de juiste spieren bij de in- en uitademing. 2. Het oefenen van de uitademing door middel van een actieve aanspanning van het abdominale gebied. 3. Het oefenen van een snelle inademing (de zogenaamde SPLAT) voor het zingen.



Morris vraagt Dennis op zijn rug te gaan liggen. Hij ligt nu op de grond, zijn knieën zijn opgetrokken, zijn handen liggen op zijn buik en zijn hoofd ligt iets hoger op enkele boeken. Deze houding bevordert een geschikte lichaamshouding en een regelmatig ademhaling (tidal breathing). Als de student in deze positie niet in staat is laag te ademen, is er serieus iets mis en moet je hem naar een dokter verwijzen. Het is de bedoeling dat de student later ook in andere houdingen (zitten, staan) deze regelmatige ademhaling kan volhouden.

Stap één is nu om bewuste controle over de adem te krijgen. Hij laat Dennis uitademen op sss, en op fff . Daarna volgt een uitademing op een lange aa en op een lange oo. Vervolgens vraagt hij Dennis op zijn zij te gaan liggen. In deze houding is er meer ruimte om actief uit te ademen. De klassieke Accentmethode heeft het over airflow, maar een zanger moet ook snel uit kunnen ademen. Om die reden ‘forceert men de uitademing’ (stap 2). Hij gaat nu verder met allerlei oefeningen op vv-vv-vv. Voordat er wordt ingeademd wordt er even gewacht. Dus eerst helemaal uitademen, dan even vasthouden en daarna weer snel inademen. Dit is wat hij SPLAT noemt (stap 3).

Als Ron Morris met een groep werkt doet hij deze oefeningen een aantal weken achter elkaar en hierbij gebruikt hij ook bewegingen. Bij de Accentmethode is het de bedoeling dat de student thuis de oefeningen herhaalt. De oefeningen bouwen op in moeilijkheidsgraad en iedere oefening bouwt voort op het voorafgaande.

Bij een volgende oefening houden Dennis en Janice elkaars handen gekruist vast. Door beurtelings rechts en links aan elkaars armen te trekken ontstaat er een ritmische beweging waarbij ze naar voren en naar achteren wiegen. Op het ritme van deze beweging worden er nu klanken voor- en nagedaan, waarbij soms de tong naar buiten moet worden gehouden.

Waarom werkt deze methode? Veel zangers blokkeren halverwege hun uitademing. Vooral heel lange mensen ademen vaak omgekeerd (reverse abdominal breathing). Ook hun tong en kaak zijn vaak stijf. Bij mensen die van nature omgekeerd ademen beweegt bijvoorbeeld tijdens het kuchen de buik naar buiten. Morris onderscheidt vier spierknooppunten die uiterst actief zijn. Zij blijven tijdens het ademen steeds op hun plek. Twee knooppunten bevinden zich links en rechts aan de zijkant van het lichaam, ter hoogte van de taille. Één knooppunt zit ter hoogte van het sternum, en één vlak boven het schaambeen. Het gebied tussen deze knooppunten in blijft flexibel. Door de Accentmethode verkrijg je bewust controle over deze knooppunten, hetgeen voor zangers belangrijk is.

Uiteraard zijn er ook andere ademsystemen. Hij noemt er een aantal (rib reserve, belly out, claviculair breathing, dorsal breathing). Over flankenademhaling zegt hij dat deze veel spanning in het larynxgebied geeft, omdat je de uitademingsspieren inzet voor de inademing. Aan het eind van de workshop licht Janice Chapman deze uitspraak nog toe. Ze legt uit dat de intercostale spieren (tussenribspieren) niet zoveel doen, ze hebben geen grote rol in het openhouden van de longen maar ondersteunen vooral de lichaamshouding. Ze bevatten geen willekeurige zenuwen maar wel drukreceptoren. Deze reageren op de druk in de longen: wanneer deze druk afneemt spannen de intercostale spieren zich en zetten de ribben uit.

Onderzoek naar de methode Ron Morris en Janice Chapman deden recentelijk onderzoek met zangers van de Guildhall School of Music in Londen. Er werden twee groepen van 15 zangers geformeerd. Een groep kreeg gedurende 10 weken les volgens de Accentmethode (één uur per week privéles), de andere groep niet. Van alle zangers werd zowel voor als na het onderzoek een fonetogram gemaakt. Uit deze metingen bleek dat na 10 weken het dynamisch bereik bij de groep die de Accentmethode volgde enorm was toegenomen: ze konden zowel luider als zachter zingen. De andere groep, die de methode niet volgde, was ook vooruit gegaan, maar lang niet zo veel.

Derek eindigt met een stuk uit Le Nozze di Figaro. Hij haalt inderdaad snel en gemakkelijk adem, ondanks dat hij zeer luid en emotioneel zingt. Op vragen uit de zaal antwoordt hij dat hij tijdens het zingen helemaal niet aan de adem, of aan het inademen denkt. Door de Accentmethode krijg je een bouncing belly. Je hoeft er tijdens het zingen niet over na te denken, het gaat van zelf. Het lijf volgt de tekst en de interpretatie.

De zaal is na deze workshop zeer enthousiast. Zelf ben ik na afloop verrast. Ik realiseer me namelijk dat de ademmethode die ik in mijn boek beschrijf, en die gebaseerd is op de manier waarop ik zelf de afgelopen 20 jaar met zangstudenten aan hun adem en aan de koppeling tussen adem en stem werkte, veel overeenkomsten vertoont met het hier getoonde. Na afloop van de workshop hoor ik hoe ook een andere collega aan Ron Morris vertelt, dat ze al jaren op deze manier werkt zonder ooit van de Accentmethode gehoord te hebben. Opmerkelijk.
Copyright Ineke van Doorn januari 2010

to the top