ARTICLES

Lezing Stemperceptie - Dr. Henrich

Date: 30/09/2009

Published in: Bulletin van de Nederlandse Vereniging voor Zangpedagogen

Het bestuur van de NVZ nodigde mij uit om in Juli 2009 het International Congres of Voice Teachers in Parijs bij te wonen (zie ook de andere verslagen op deze site). Ik woonde er onder andere een lezing bij van Dr. Nathalie Henrich. De officiële titel van de lezing was; ‘Between Vibrations and Resonances, the Richness of the Human Vocal Instrument.
Stemperceptie Nathalie Henrich haalde een Phd in de fysiologie en de perceptie van de stem. In haar lezing concentreert ze zich vooral op de werking van de musculus vocalis in relatie met de gezongen toonhoogte. Met filmpjes illustreert ze de vier verschillende configuraties van de larynx (f0, f1, f2, f3). Deze vergelijkt ze later in haar lezing met registerbenamingen als:
- vocal fry (f0);
- modaal register, belting voice, voix mixte , borststem (allen f1);
- falsetto, loft en soms voix mixte (f2);
- fluitregister, bell, flageolet (f3).

Henrich spreekt zelf in haar lezing consequent over vier ‘larynxmechanismes’ en illustreert deze met veel luistervoorbeelden.

Het is moeilijk om alleen op het gehoor de diverse mechanismes te onderscheiden. Henrich heeft door onderzoek vastgesteld dat een amplitudemeting een verandering van larynxmechanisme betrouwbaar kan vaststellen. Dit komt omdat bij f1 de stemplooien elkaar langer en harder raken dan bij f2. Auditief is dat veel moeilijker waar te nemen. Ze illustreert dit met een voorbeeld van een gezongen glissando waarin geen overgang te horen is, maar waar de EEG een duidelijke verschil in mechanisme laat zien.


De akoestiek van de stemweg Henrich deed ook onderzoek naar de akoestiek van de stemweg. Ze onderzocht onder andere bij 22 zangers (amateurs en professionals) hoe de frequenties van de formanten (resonantiepieken) variëren bij het vormen van de klinkers. Bij tenoren, baritons en alten blijven deze bij de verschillende klinkers vrijwel constant. Alleen wanneer de mond iets wordt geopend, stijgt de ligging van de eerste formant iets. Bij sopranen is er echter een enorm verschil: de eerste formant verschuift bij de diverse klinkers tussen 200 en 1400 Hz.

Ter illustratie van dit verschil laat Henrich audiovoorbeelden horen van een sopraan die een bepaalde tekst op drie verschillende toonhoogtes zingt. We horen de voorbeelden van hoog naar laag. Op de hoogste toon is slechts één lange klank waar te nemen, op de middelste toonhoogte (440Hz) hoor je iets van articulatie, maar pas op de laagste toonhoogte (250 Hz) versta je direct wat deze sopraan zingt; "Mais oui messieurs". Het bijzondere is dat als ze dezelfde voorbeelden van laag naar hoog laat horen en je dus weet welke tekst er gezongen wordt, je echt de indruk hebt dat ook de hoogst gezongen zin uitstekend verstaanbaar is!

to the top