ARTICLES

Barre Phillips over Vocale Improvisatie

Date: 30/09/2009

Published in: Bulletin van de Nederlandse Vereniging voor Zangpedagogen

Het bestuur van de NVZ nodigde mij uit om in Juli 2009 het International Congres of Voice Teachers in Parijs bij te wonen (zie ook de andere verslagen op deze site). Ik woonde er onder andere een lezing/demonstratie bij van jazz bassist Barre Phillips.
Vocale improvisatie Ook dit onderwerp staat tot mijn vreugde op het programma. De vrouw die oorspronkelijk aangekondigd stond is niet aanwezig, dus kondigt Claudio Phillips (voorzitster van de Franse zusterorganisatie AFPC) enigszins aarzelend aan dat haar vader, Barre Phillips, gaat invallen. Ze vergeet daarbij te vertellen dat Barre Phillips een wereldbekende bassist en improvisator is!

Hij begint met een korte introductie over de geschiedenis van de stemimprovisatie. Het eerste en oudste instrument waarmee gemusiceerd werd is de stem, en de eerste muziek die men maakte was uiteraard geďmproviseerd. Vocale improvisatie is dus erg oud. Hij refereert hierna aan de kunst van het versieren in de barokmuziek en bij basso continuo-spel. We kennen het improviseren natuurlijk ook vanuit de jazzmuziek, waar er over akkoorden geďmproviseerd wordt. Ook in Indiase muziek speelt improvisatie een grote rol. Welke positie heeft improvisatie op dit moment?

In Europa ontstond er in de jaren zestig een school van ‘vrije improvisatie’ die los stond van de barok- of van de jazztraditie. Er werd gespeeld door musici die geen specifieke achtergrond hadden in bijvoorbeeld jazz of folk. De school ontstond onder invloed van bepaalde politieke en sociale bewegingen die hij bij deze lezing verder buiten beschouwing wil laten. De vrije improvisatie is inmiddels een muziekstijl die ook door de Franse overheid serieus wordt genomen en die op het Parijse conservatorium wordt onderwezen.


Improvisatie en zangpedagogiek Welke rol kan improvisatie spelen binnen de zangpedagogiek? Het belangrijkste van het improviseren is, dat wanneer je improviseert je muziek maakt zonder voorbereiding: je doet het met wat je op dit moment hebt. Terwijl je pedagogisch gezien meestal werkt voor morgen. Improviseren is nu, je maakt muziek ‘met niets’. Leren improviseren gaat eigenlijk over het ontwikkelen van het ‘inwendig oor’, en dit is goed voor beoefenaars van elke soort muziek. Muziek wordt immers gecontroleerd door het oor. Hiervan wordt in diverse muziekmethodes, bijvoorbeeld in de Suzukimethode, gebruik gemaakt.

Barre Phillips heeft als assistente de zangeres Emilie Lesbros meegnomen. Zij demonstreert eerst enkele vocale sounds die specifiek zijn voor haar. Ze heeft deze zelf ontwikkeld en gebruikt ze regelmatig tijdens het improviseren. We horen een scala aan kleuren en effecten: hoge en lage tonen, boventonen, fantasietalen, fluittonen terwijl ze zingt, stemloze geluiden en geluiden die ze combineert met 'bodysounds'. Omdat deze geluiden natuurlijk bedoeld zijn om binnen een muzikale context te gebruiken improviseert ze hierna samen met Barre Phillips aan de piano. Je kunt direct horen dat hier twee ervaren improvisatoren samenspelen: de improvisatie is kleurrijk, mooi opgebouwd en je hoort ook dat ze goed naar elkaar luisteren.
Improvisatieoefeningen Er zijn op het podium ook twee 'young professionals' aanwezig (helaas heb ik niet meegekregen hoe ze heten) en Barre Phillips gaat met hen werken. Voor beide zangeressen is het de eerste keer dat ze gaan improviseren. Emilie Lesbros doet ter ondersteuning mee hetgeen goed werkt om hen over de eerste drempel te helpen en hen wat ideeën aan te reiken. Er wordt begonnen met harmonische oefeningen. Eén zangeres zingt een lange toon, de tweede voegt er een aan toe, dan volgt de derde zangeres. "Zing wat je hoort", zegt Phillips. Vanuit deze oefening wordt er nu een driestemmig ‘koraal’ geďmproviseerd. "Gebruik alleen lange noten, denk niet melodisch, alle (samen)klanken kunnen: hoog, laag, dissonant, consonant." Hierna volgt dezelfde oefening maar worden er melodische elementen en geluidseffecten ingevoegd. De oefeningen werken erg goed en het resultaat is beslist de moeite van het beluisteren waard.


Ritme Phillips vervolgt met oefeningen waarbij een tweede belangrijk element in de muziekpedagogie centraal staat: het ritme. Hij legt uit dat, wil je een goed musicus zijn, het belangrijk is om controle over het ritme te hebben. Ritme staat eigenlijk voor de afwisseling tussen spanning en ontspanning. Iedere tel, en iedere frase draait hier om. Ritme is dus niet hetzelfde als puls. In vrije improvisatie kun je bijvoorbeeld omgaan met deze afwisseling van spanning-ontspanning, zonder dat er een puls is. De zangeressen krijgen nu de opdracht te improviseren alsof ze een schilderij maken. "Gebruik vreemde intervallen. Plaats je klanken in de ruimte alsof je een pointillistisch schilderij maakt." Barre Phillips noemt het: "Putting soundobjects in space". De zangeressen komen langzamerhand helemaal los en er wordt afgesloten met een prachtige abstract klinkende improvisatie.

to the top